Edwin van der Voort

medeoprichter Kastanje, over zijn Kantoren Green Deal

De Tesselschadekerk in het Noordwestelijk villagebied hadden we al in ons bezit toen we een Green Deal hiervoor konden sluiten. Want wat was het verhaal? Deze kerk uit 1927 stond eerder op de nominatielijst om gesloopt te worden. Op het terrein zouden nieuwbouwappartementen verrijzen. De buurt was het daar niet mee eens en kwam in opstand. Op die manier belandde de kerk - dankzij de buurtbewoners - op de monumentenlijst. Vervolgens konden wij de kerk en de grond eromheen kopen.

Met de renovatie van de Tesselschadekerk voegen we niet alleen financiële waarde toe, maar ook duurzame en maatschappelijke waarde

Waarom we dat deden? Omdat we de potentie van de kerk zagen en omdat we wilden kijken of we ervoor konden zorgen dat de kerk wat meer onderdeel van de buurt kon worden. Zo kwamen we tot het idee voor een kantoorfunctie voor de Tesselschadekerk, omdat dat ervoor zou kunnen zorgen dat de monumentale ruimte beter zichtbaar én beleefbaar was voor iedereen.

In de kerk zitten nu verschillende soorten bedrijven gevestigd: tekstschrijvers, websitebouwers, advies- en onderzoeksbureaus en wijzelf. Bij aanvang van dit project konden we al verschillende aanpassingen maken waardoor de kerk een stuk energiezuiniger is geworden. En binnen de Green Deal Kantoren onderzoeken we nu hoe we de kerk en het terrein eromheen volledig energieneutraal kunnen maken. Sterker nog: we hebben zelfs de vraag uitstaan of de kerk energie kan léveren, aan de buurt!

Dat sluit heel mooi aan op onze missie. We willen namelijk niet alleen financiële waardevermeerdering toevoegen aan bestaande gebouwen. Maar ook duurzame en maatschappelijke waarde toevoegen. Door deze plekken herkenbaar en toegankelijk te laten zijn voor de buurt. Daardoor kan een gebouw letterlijk een bijdrage leveren aan de omgeving.

Voor de Tesselschadekerk kozen we direct voor vloerverwarming en dubbele beglazing. Met oog op de toekomst hebben we ook een lage temperatuurverwarming geïnstalleerd, want daar kunnen we later een warmtepomp op aansluiten. Dat deden we al eerder in een project met particuliere woningen.

Als je je bezighoudt met de energietransitie, is het ontzettend belangrijk dat je je realiseert dat je niet alles om hoeft te gooien en radicaal opnieuw hoeft te beginnen. Dat is vaak niet nodig, vind ik, want als je goed kijkt naar wat je hebt zie je doorgaans dat je deze materialen of onderdelen prima een tweede of derde leven kunt gunnen. Zo hebben wij bij een ander project van ons in Hilversum, Santbergen, de bestaande verwarmingsinstallatie opnieuw gebruikt. We hebben alleen de leidingen vervangen, maar de radiatoren uit de jaren ’50 en ’60 konden we laten zitten. Op die manier doen we aan hergebruik én met nieuwe techniek beperken we het energieverbruik. Dus dat is dubbel duurzaam.

Heeft Edwin jou geïnspireerd om te helpen met het versnellen van de energietransitie in Hilversum en heb jij een mooi, slim of creatief idee hiervoor? Doe mee met de Hilversum100 Challenge.